Naar inhoud springen

bloemen

Uit WikiWoordenboek
Een weide bezaaid met wilde bloemen
  • bloe·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bloemen
bloemde
gebloemd
zwak -d volledig

bloemen

  1. (kookkunst) onovergankelijk bloemig (kruimelig) worden (aardappelen)

debloemenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bloem
     Als ze de kist zonder enig ceremonieel in het graf laten zakken, loopt het meisje naar de rand om een tuiltje bloemen in het donkere gat te gooien.[2]
     Aan een nieuwe veiligheidswet voegden rechtse politici een amendement toe dat hennep de facto gelijkstelt aan cannabis. De plant mag nog wel geteeld worden voor de vezels en de bladeren, maar de bloemen mogen niet meer verkocht worden. "Economisch onhoudbaar", noemt de Calabrese ondernemer Mattia Cusani dat.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Bronlink geraadpleegd op 13 april 2025 Weblink bron
    Heleen D'Haens
    “Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be