bloembed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloembed bloembedden
verkleinwoord bloembedje bloembedjes

Zelfstandig naamwoord

bloembed o

  1. Bloemperk. Een begrensd stukje grond dat men bloemen beplant is.
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.