blitskikker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blits·kik·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blitskikker blitskikkers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blitskikker m [2]

  1. iets of iemand die heel hip is en veel indruk maakt
    • De tijdelijke versie is geen echte blitskikker, want aan de buitenkant oogt hij nauwelijks anders dan een andere Corsa. [3] 
    • Koster: "We waren altijd aan het kutten met dingetjes. Kleding, kunst, graffiti, film. Toen we wat hadden gedronken, kregen we het idee iets te doen met blitskikker, een oer-Hollandse term uit de jaren '70 die totaal niet meer van deze tijd is. We maakten er Blitzkicker van waardoor deze weer fris werd. Het leek ons wat voor op een shirtje. Mooi in tegenstelling tot al die moeilijke Amerikaanse merken." [4] 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[5]


Verwijzingen