blikveld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·veld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blikveld blikvelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blikveld o

  1. wat je kunt zien van de buitenwereld als je je hoofd stilhoudt
    • Want zie toch hoe gek Wilson zich gedroeg: hij instrueerde mensen die hij ontmoette om in zijn rechter blikveld te gaan staan. Wat Freud niet besefte, was dat Wilson een hersenbloeding had gehad, daardoor blind raakte voor zijn linker visuele veld en zodoende die merkwaardige gewoonte had ontwikkeld. [1] 
     Een strakblauwe hemel domineert in het blikveld, het is alsof de sparren respectvol uit zicht blijven.[2]
  2. (figuurlijk) waar je wel eens aan denkt, wat je je nog wel eens voorstelt
    • Het verhaal van Jezus van Nazaret is bij velen uit het blikveld geraakt. Anno 2017 betekent Pasen: pal staan voor het eieren zoeken als onvervreemdbaar cultuurgoed. Toch verdient het verhaal over Jezus’ dood een plaats in ons collectieve bewustzijn. Want het leert ons iets over onszelf.[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Harald Merckelbach 10 maart 2017
  2. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  3. NRC 13 april 2017