blikslager

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sla·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blikslager blikslagers
verkleinwoord blikslagertje blikslagertjes

Zelfstandig naamwoord

blikslager m

  1. (beroep) iemand die voorwerpen uit blik vervaardigt
    • De blikslager was vaak ook een koperslager. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Verwijzingen