bliksems

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sems
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van bliksem met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bliksems bliksemser bliksemst
verbogen bliksemse bliksemsere bliksemste
partitief bliksems bliksemsers -

Bijvoeglijk naamwoord

bliksems

  1. heel erg ondeugend

Tussenwerpsel

bliksems

  1. uitroep om heftige verontwaardiging te uiten
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bliksems mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bliksem

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.