bliksembezoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sem·be·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bliksembezoek bliksembezoeken
verkleinwoord bliksembezoekje bliksembezoekjes

Zelfstandig naamwoord

bliksembezoek o [1]

  1. een zeer kort durend bezoek dat vaak ook onverwacht is
    • Als het aan de correspondenten van buitenlandse media ligt, die de laatste weken in drommen een bliksembezoek aan ons land brachten, gaat het bij de verkiezingen tussen blikvangers Geert Wilders en Jesse Klaver. „Au Pays-Bas, Wilders domine la campagne”, kopte Le Monde. Heb ik iets gemist? Flink wat journalisten stuurden mails en belden met vragen over de onstuitbare opmars van de PVV. Het Angelsaksische jongerenmagazine Vice stuurde speciaal iemand naar Nederland om het „fenomeen” Klaver te duiden.[2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen