bliksemafleidertjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sem·af·lei·der·tjes

Zelfstandig naamwoord

bliksemafleidertjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bliksemafleider