bliksemactie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sem·ac·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bliksemactie bliksemacties
verkleinwoord bliksemactietje bliksemactietjes

Zelfstandig naamwoord

bliksemactie v

  1. razendsnel uitgevoerde actie

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.