blikopener
Uiterlijk
- Geluid: blikopener (hulp, bestand)
- IPA: / ˈblɪkopənər / (4 lettergrepen)
- blik·ope·ner
- samenstelling van blik en opener
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blikopener | blikopeners |
| verkleinwoord | blikopenertje | blikopenertjes |
de blikopener m
- (huishouden) (gereedschap) een stuk gereedschap voor het openen van blikken
- Het concervenblik was uitgevonden voordat er een blikopener was.
- Het woord blikopener staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "blikopener" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Huishouden in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %