blijspel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

tragedie en blijspel in één mozaiek
Uitspraak
Woordafbreking
  • blij·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blijspel blijspelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blijspel o [2]

  1. een toneelstuk, film of boek dat het doel heeft het publiek te vermaken en aan het lachen te maken
    • „Bij blijspelen vind ik het ontzettend leuk om een lach te timen, om de zaal zo veel mogelijk aan het lachen te krijgen. Het is ook leuk om weer eens gezellig plezier te hebben, in plaats van elke avond droef en diep ernstig de zaal in te staren”.[3]  
  2. een toneelstuk, film of boek dat een goede afloop heeft
    • Het Openluchttheater in Diever vormt sinds 1946 het decor van blijspelen en romantische komedies, zoals As You Like It, Een Midzomernachtdroom, De Vrolijke Vrouwtjes van Windsor en Romeo en Julia. Nu heeft regisseur Jack Nieborg gekozen voor het stuk dat de bijnaam ‘The Scottish Play’ draagt, omdat er een vloek op zou rusten: elke uitvoering roept het noodlot over zich af. Daarom mag de naam niet genoemd worden. In Shakespeares tijd was het een kassucces. Elke groep nam het op in het repertoire, vaak slecht voorbereid. En dan gaat het mis met al dat toneelgeweld.[4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Henk van Gelder 5 augustus 2016
  4. NRC Kester Freriks 8 augustus 2008