bliezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blie·zen

Werkwoord

vervoeging van
blazen

bliezen

  1. meervoud verleden tijd van blazen
    • Wij bliezen. 
    • Jullie bliezen. 
    • Zij bliezen. 

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.