bleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ble·ven

Werkwoord

vervoeging van
blijven

bleven

  1. meervoud verleden tijd van blijven
    • Wij bleven. 
    • Jullie bleven. 
    • Zij bleven. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.