bleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ble·ven

Werkwoord

vervoeging van
blijven

bleven

  1. meervoud verleden tijd van blijven
    • Wij bleven. 
    • Jullie bleven. 
    • Zij bleven. 
     Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken. Doordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen. Deze storm zou ik moeten overleven boven op Mount Whitney, 4.421 meter hoog.[1]

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be