blessuregevoelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bles·su·re·ge·voe·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen blessuregevoelig blessuregevoeliger blessuregevoeligst
verbogen blessuregevoelige blessuregevoeligere blessuregevoeligste
partitief blessuregevoeligs blessuregevoeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

blessuregevoelig

  1. makkelijk letsel krijgen naar sporten
    • Juist mensen die weinig sporten kunnen heel blessuregevoelig zijn, vooral als ze te snel te veel willen sporten. 

Gangbaarheid