Naar inhoud springen

bles

Uit WikiWoordenboek
1. v / m witte vlek op het voorhoofd van een paard
2. m paard met een witte vlek op het voorhoofd
  • bles
enkelvoud meervoud
naamwoord bles blessen
verkleinwoord blesje blesjes

deblesv/m

  1. witte vlek op het voorhoofd van een paard
  2. witte vlek op de kop van een dier, midden boven de ogen
  3. plek waar een boom ontschorst is
  4. kale plek op het voorhoofd van een mens
  5. haarlok
  6. uiteinde van een haar in een penseel of kwast

deblesm

  1. paard met een vlek op het voorhoofd
  2. dier met een witte vlek op de kop, midden boven de ogen
stellend
onverbogen bles
verbogen blesse
partitief bles

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

bles

  1. natuurlijke beharing verloren hebbend
vervoeging van
blessen

bles

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blessen
    • Ik bles. 
  2. gebiedende wijs van blessen
    • Bles! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blessen
    • Bles je? 
79 %van de Nederlanders;
91 %van de Vlamingen.[4]

bles

  1. verouderde spelling of vorm van blåste tot 2012
(verouderd) verleden tijd van blåsa en blåse