bleken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ble·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bleken
bleekte
gebleekt
zwak -t volledig

Werkwoord

bleken

  1. (overgankelijk) witter of lichter doen worden
    Vroeger bleekten mensen hun wasgoed door het in het zonlicht te leggen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
blijken

bleken

  1. meervoud verleden tijd van blijken
    Wij bleken.
    Jullie bleken.
    Zij bleken.

Zelfstandig naamwoord

bleken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bleek

Meer informatie