blein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Blein.
Uitspraak
Woordafbreking
  • blein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blein bleinen
verkleinwoord bleintje bleintjes

Zelfstandig naamwoord

blein v/m

  1. (België)blaar
    • Hij heeft een blein op zijn hand, 


Gangbaarheid

7 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen