blein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Blein.
Uitspraak
Woordafbreking
  • blein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blein bleinen
verkleinwoord bleintje bleintjes

Zelfstandig naamwoord

blein v/m

  1. (België)blaar
    • Hij heeft een blein op zijn hand, 

Gangbaarheid

6 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.

Meer informatie