blauwtjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·tjes

Zelfstandig naamwoord

blauwtjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord blauw

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.