Naar inhoud springen

blauwig

Uit WikiWoordenboek
  • blau·wig
  • afleiding van blauw met het achtervoegsel -ig.
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen blauwigblauwigerblauwigst
verbogen blauwigeblauwigereblauwigste
partitief blauwigsblauwigers-

blauwig

  1. een beetje blauw
    • Na zijn val had zijn gezicht iets blauwigs. 
  2. op blauw lijkend
    • Dit groen is bijna blauwig. 
94 %van de Nederlanders;
82 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be