blauwe eksters
Uiterlijk

- (IPA in voorbereiding)
- blau·we ek·sters
- verbinding van blauwe en eksters
- blauwe ekster zn met de uitgang -s
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blauwe eksters | |
| verkleinwoord |
de blauwe eksters mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord blauwe ekster
- meervoudsvorm als officiële benaming (zangvogels) een geslacht Cyanopica
van zangvogels uit de familie Corvidae
(kraaien). Tot in de 21ste eeuw werden de Aziatische blauwe ekster in Oost-Azië en de blauwe ekster die geïsoleerd op het Iberisch Schiereiland voorkomt, beschouwd als één soort (Cyanopica cyanus
) uit een monotypisch geslacht Cyanopica
- Het woord 'blauwe eksters' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- [1] blauwe eksters op Wikidata

Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Frase in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Meervoudsvorm binnen nomenclatuur in het Nederlands
- Zangvogels in het Nederlands
- Vogels in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal