blauwbekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·bek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blauwbekken
blauwbekte
geblauwbekt
zwak -t volledig

Werkwoord

blauwbekken

  1. inergatief vreselijke kou lijden
    • Na een half uur blauwbekken, konden we eindelijk vertrekken. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie