Naar inhoud springen

blanc-bec

Uit WikiWoordenboek
  • blanc-·bec
  • Uit het Frans; in het Nederlands aangetroffen vanaf 1865[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord blanc-bec blanc-becs
verkleinwoord

deblanc-becm

  1. (persoon) (pejoratief) groentje, melkmuil, iemand die nog onervaren is in iets
     Om en bij Kerstmis was de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking hagelde deze dagen neer op de ruggen der oude cameriera's, die, met hare warme waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen op en neer krabbelden, en der jeugdige blanc-blecs van kellners, die in onbesuisden ijver tegen elkaar in draafden en borden braken.[2]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  blanc-bec     le blanc-bec     blancs-becs     les blancs-becs  

blanc-bec m

  1. (persoon) jongeman die nog geen baard heeft
  2. (figuurlijk) (persoon) blanc-bec, groentje, melkmuil