blåsa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Woordafbreking
  • blå·sa

Zelfstandig naamwoord

blåsa, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van blåse
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • blå·sa

Werkwoord

blåsa

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast blåse, zie aldaar

Zelfstandig naamwoord

blåsa

  1. verouderde spelling of vorm van blåse van vóór 2012
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van blåse, v


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • blå·sa
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blåsa     blåsan     blåsor     blåsorna  
genitief   blåsas     blåsans     blåsors     blåsornas  

Zelfstandig naamwoord

blåsa g

  1. blaar
  2. blaas


stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
blåsa
blåste
blåst
volledig

Werkwoord

blåsa

  1. waaien