blåbær

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1]: Blåbær.
Blauwe bosbes.
[2]: Blåbær.
Blauwe bosbessen.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • blå·bær
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Noorse zelfstandige naamwoorden blå en bær.
Naar frequentie 13527
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blåbær     blåbæret     blåbær     blåbæra
blåbærene  
genitief   blåbærs     blåbærets     blåbærs     blåbæras
blåbærenes  

Zelfstandig naamwoord

blåbær, o

  1. (plantkunde) Vaccinium myrtillus op Wikispecies, blauwe bosbes
    «Blåbær er ei vanlig plante i store deler av Europa.»
    Blauwe bosbessen zijn veel voorkomende planten in grote delen van Europa.
  2. (fruit) vrucht van de blauwe bosbessenstruik
  3. (figuurlijk) bagatel, peulenschil
    «Dette er bare blåbær.»
    Dat is een peulenschil.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: plukke blåbær
blauwe bosbessen plukken

Zelfstandig naamwoord

blåbær, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van blåbær


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • blå·bær
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Nynorske zelfstandige naamwoorden blå en bær.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blåbær     blåbæret     blåbær     blåbæra  

Zelfstandig naamwoord

blåbær, o

  1. (plantkunde) Vaccinium myrtillus op Wikispecies, blauwe bosbes
    «Blåbær er ein vanleg plante i store deler av Europa.»
    Blauwe bosbessen zijn veel voorkomende planten in grote delen van Europa.
  2. (fruit) vrucht van de blauwe bosbessenstruik
  3. (figuurlijk) bagatel, peulenschil
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: eit spann blåbær
een schaal blauwe bosbessen
  • [3]: berre blåbær
alleen maar peulenschil

Zelfstandig naamwoord

blåbær, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van blåbær