bjóða

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Oudnoords

Woordafbreking
  • bjó·ða
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bjóða
býðr
enk: bauð
mv: buðu
boðit
Klasse 2 sterk volledig

Werkwoord

bjóða

  1. aanbieden, bieden