biseks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·seks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen biseks
verbogen
partitief biseks

Bijvoeglijk naamwoord

biseks

  1. verkorting van biseksueel, het zowel van mannen als van vrouwen houden
Verwante begrippen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be