bis-kleinetertstoonladders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bis-klei·ne·terts·toon·lad·ders

Zelfstandig naamwoord

bis-kleinetertstoonladders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bis-kleinetertstoonladder