bioscoop-operateur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·scoop-ope·ra·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bioscoop-operateur bioscoop-operateurs
verkleinwoord bioscoop-operateurtje bioscoop-operateurtjes

Zelfstandig naamwoord

bioscoop-operateur

  1. een persoon die verantwoordelijk is voor de techniek binnen een bioscoop, zoals het draaien van films, het onderhouden van apparateuur en het onderhouden van de zalen
    • De bioscoop-operateur van die bioscoop onderhield het pand erg goed. 

Gangbaarheid