biomassa
Uiterlijk
- bio·mas·sa
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | biomassa | biomassa's |
| verkleinwoord | - | - |
- (biologie) de totale massa (het drooggewicht) van organismen in een biotoop
- organisch materiaal (gebruikt voor energieopwekking)
- Wind, water en zon zijn bekende bronnen van groene stroom, maar ruim 50 procent van de groene stroom in Nederland komt uit een andere bron: biomassa. Via verbranding, vergisting en vergassing halen we energie uit biomassa. [1]
- Het woord biomassa staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "biomassa" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.milieucentraal.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel bio- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %