Naar inhoud springen

biograaf

Uit WikiWoordenboek
  • bio·graaf
enkelvoud meervoud
naamwoord biograaf biografen
verkleinwoord biograafje biograafjes

debiograafm

  1. (beroep) levensbeschrijver; persoon die een boek over het leven van één persoon schrijft
     Aan zijn biograaf had hij er eerder nog wat bij verteld. Een van degenen die destijds bij hem binnenliepen was "een charmante twintiger", de minnaar van een vrouw die zijn souterrain huurde. Op een dag ontdekte Terlouw dat de man 400 gulden uit zijn bureaula had gepikt. Omdat de man huilend bekende, deed Terlouw geen aangifte.[2]
98 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[3]
  1. biograaf op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be