binnenweggetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·weg·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

binnenweggetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord binnenweg