binnenlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenlaten
liet binnen
binnengelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

binnenlaten [1]

  1. (overgankelijk) binnen een zekere ruimte toelaten
    Ik zal je even binnenlaten dan hoef je niet buiten in de regen te wachten.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal