binnenkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenkomen
kwam binnen
binnengekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

binnenkomen

  1. ergatief een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)
    • Wij kwamen een grote kamer binnen. 
    • Kom toch snel binnen en blijf niet zo buiten staan. 
     Omdat Max en Dennis per se in de zee hun nieuwe snorkelsetjes wilden testen, waren ze wat later dan normaal de eetzaal binnengekomen.[1]
     Toen ze de huiskamer binnenkwam was haar voorgenomen plannetje gereduceerd tot nul.[1]
  2. geld ontvangen op een bankrekening
     Ik heb zelden zoveel schilderijen achter elkaar gemaakt, misschien wel 300 in totaal. Elke keer als ik in een dorpje aankwam en de nieuwe donaties zag binnenkomen maakte ik weer een hele serie. Met mijn twee kleuren, geel en blauw, schilderde ik vooral de bergen en landschappen waar ik doorheen liep.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be