binnenkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenkomen
kwam binnen
binnengekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

binnenkomen

  1. ergatief een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)
    • Wij kwamen een grote kamer binnen. 
    • Kom toch snel binnen en blijf niet zo buiten staan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.