binnenhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenhalen
haalde binnen
binnengehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

binnenhalen

  1. overgankelijk vis of netten binnenboord brengen
    • De netten waren nog niet helemaal binnengehaald. 
  2. overgankelijk iets binnen het huis brengen
    • Ik heb de was binnengehaald omdat het dreigt te gaan regenen. 
  3. overgankelijk Geld inzamelen of verdienen
    • We hebben die middag veel binnengehaald 
  4. overgankelijkiets of iemand verwerven voor een bedrijf
    • Hij heeft een prachtige order binnengehaald zodat het bedrijf weer voor een jaar werk heeft. 
    • De personeelschef is het weer gelukt om een aantal toptalenten binnen te halen als medewerker. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.