bindsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bindsel van rood plastic
Uitspraak
Woordafbreking
  • bind·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bindsel bindsels
bindselen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bindsel o [2]

  1. zeer stevig en strak aangelegd verband
    • `De mannen zagen de gebonden voeten zelden naakt, omdat er gewoonlijk een laag rottend vlees overheen lag en ze stonken als de bindselen werden verwijderd.(-) De pijn werd niet alleen veroorzaakt door de gebroken botten, maar ook door de teennagels, die in de ballen van haar voeten groeiden', aldus Jung Chang. [3] 
    • Nu schrijf ik wel dat die kerk gebouwd is 'ter ere van', maar kijk, tenslotte was die verschijning al eeuwen tevoren geschied en het is natuurlijk geen toeval dat de kerk verrezen is na het kassucces van bijvoorbeeld Lourdes, of niet soms? Er werd zelfs een kabelbaan aangelegd die de krakkemikkige genezingzoekers konden benutten om naar boven te komen. Maar een krukken en wijwatercircus is het gelukkig nooit geworden. Dus geen muren vol voeten, benen, gelige windsels en bindsels. [4] 
  2. een stevig iets dat iets bij elkaar houdt
    • In de geloofsgemeenschap worden deugden aangekweekt, die tot het bindsel van een goedgeordende samenleving behoren: nauwgezetheid van geweten, oprechtheid en betrouwbaarheid in woord en daad, rechtvaardigheid in handel en wandel, verdraagzaamheid jegens andersdenkenden, vredelievendheid in maatschappelijke contacten. [5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. bindsel op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Betty van Garrel 17 september 1999 Beddeplanktijgers en vlindervoetjes
  4. NRC Jean-Paul Franssens 11 juli 1994 Wonder
  5. Reformatorisch Dagblad 16-01-2003 Prof. dr. Rudolf Boon Op zoek naar de vaderlandse deugden