bilateralisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·la·te·ra·lis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bilateralisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bilateralisme o

  1. (politiek) (handel) het sluiten van politieke en handelsverdragen tussen twee min of meer gelijkwaardige staten

Gangbaarheid