bilateraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·la·te·raal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bilateraal bilateraler bilateraalst
verbogen bilaterale bilateralere bilateraalste
partitief bilateraals bilateralers -

Bijvoeglijk naamwoord

bilateraal

  1. (medisch) aan twee kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
    • Bilateraal gehoorverlies. 
  2. met, of van twee kanten, belangen, partijen etc.
    • De topconferentie bracht geen overeenstemming, enkele landen zullen nu trachten een bilateraal akkoord te sluiten. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen