bijziendheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ziend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijziendheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bijziendheid v

  1. (medisch) een afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen