bijna-moedertaalspreker
Uiterlijk
- Geluid: bijna-moedertaalspreker (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbɛinaˌmudərtalˌsprekər / (7 lettergrepen)
- bij·na-·moe·der·taal·spre·ker
- samenstelling van bijna bw en moedertaalspreker zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bijna-moedertaalspreker | bijna-moedertaalsprekers |
| verkleinwoord |
de bijna-moedertaalspreker m
- (taalkunde) persoon die een vreemde taal bijna zo goed beheerst als een persoon die is opgegroeid met deze taal
- Het woord bijna-moedertaalspreker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 23
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 7 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal