bijmaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bijmaken [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijmaken
maakte bij
bijgemaakt
zwak -t volledig
  1. overgankelijk achteraf iets extra's maken als aanvulling
    • De koepeldelen bevinden zich na anderhalf decennium volgens Berg nog in een opvallend goede staat. "Het is wel een hele puzzel. We zijn alles nagelopen en er bleken nog wat onderdelen te ontbreken. Die hebben we laten bijmaken."[2] 
    • Mengé laat weten dat geïnteresseerden snel moeten toeslaan. "Als een item snel is uitverkocht, laten we er later nooit extra exemplaren van bijmaken. Die beperkte voorraad hoort bij de charme van Zara."[3] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool H. Stil 29 maart 2018 Koepel Aviodome keert terug in Amsterdam
  3. Tubantia A. van Rhee 10 januari 2017 Run op wit Zara-jurkje prinses Alexia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be