bijleveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bijleveren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijleveren
leverde bij
bijgeleverd
zwak -d volledig
  1. overgankelijk extra of samen met iets anders leveren
    • Vorige maand lag het kwik slechts 0,6 graden onder nul, maar volgens Gasunie was er door de lage gevoelstemperatuur alsnog meer vraag naar gas. Ook moest de Nederlandse gastransporteur soms gas bijleveren aan buurlanden, waar het eveneens erg koud was. [2] 
    • Deze specificaties lekten eerder ook al uit via een Koreaans blog en lijken nu dus bevestigd te zijn. Mogelijk zijn andere geruchten, zoals het bijleveren van een speciale S Pen-stylus, dan ook waar. [3] 
    • Het is best aardig om je slaappatroon bij te houden, maar je kunt je afvragen wat het nut is als de app er vervolgens geen oordeel aan hangt en op maat gemaakte tips bijlevert. Wanneer de app echter wordt uitgebreid met duidelijkere grafieken en informatie kan het een nuttig apparaat zijn. [4] 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen