bijkomende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ko·men·de

Bijvoeglijk naamwoord

bijkomende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bijkomend

Werkwoord

vervoeging van
bijkomen

bijkomende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van bijkomen