bietensap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bie·ten·sap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bietensap bietensappen
verkleinwoord bietensapje bietensapjes

Zelfstandig naamwoord

bietensap o [1]

  1. (drinken) sap van rode bieten
  2. (drinken) sap van suikerbieten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen