bierdopje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bier·dop·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord bierdopje bierdopjes

Zelfstandig naamwoord

bierdopje o dim. tant.

  1. een kroonkurk zoals deze op bieflesjes gebruikt wordt
    • Na het wilde feest lag de grond bezaaid met bierdopjes. 

Meer informatie