biek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • biek

Werkwoord

(verouderd)

vervoeging van
bakken

biek

  1. enkelvoud verleden tijd van bakken
    • Ik biek. 
    • Jij biek. 
    • Hij, zij, het biek. 

Gangbaarheid

Synoniemen