biechten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • biech·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
biechten
biechtte
gebiecht
zwak -t volledig

Werkwoord

biechten

  1. inergatief (religie) ten overstaan van een geestelijke bekennen welke religeuze wetten men overtreden heeft
    • Hij heeft al zijn zondes gebiecht en na een milde penetentie waren ze hem allemaal vergeven. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

biechten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord biecht

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie