bezwijmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zwij·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezwijmen
bezwijmde
bezwijmd
zwak -d volledig

Werkwoord

bezwijmen

  1. ergatief het bewustzijn verliezen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen