bezweken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zwe·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
bezwijken

bezweken

  1. meervoud verleden tijd van bezwijken
    • Wij bezweken. 
    • Jullie bezweken. 
    • Zij bezweken. 
  2. voltooid deelwoord van bezwijken

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.