bezwaren
Uiterlijk
- be·zwa·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bezwaren |
bezwaarde |
bezwaard |
| zwak -d | volledig | |
bezwaren
- overgankelijk belasten
- Hij werd bezwaard met een hypotheek.
de bezwaren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bezwaar
- ▸ In de hoofdstukken van dit boek die aan utopie en techniek gewijd zijn, zal ik uitgebreid op hun bezwaren ingaan.[2]
- ▸ ' Omdat Carolus' woord kennelijk gezag had, durfden de andere baronnekinderen nauwelijks bezwaren opperen.[3]
- ▸ In haar voorbereiding is ze in mijn huid gekropen en heeft inmiddels op mijn eventuele bezwaren iets gevonden waarmee ze keihard van tafel kunnen worden geveegd.[4]
- Het woord bezwaren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bezwaren" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ bezwaren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ “Kruistocht in spijkerbroek”
(1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670 - ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %