bezorging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zor·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bezorging bezorgingen
verkleinwoord bezorginkje bezorginkjes

Zelfstandig naamwoord

bezorging v

  1. het op locatie en/of bij iemand brengen (bv aan huis).
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.